Nokia N76 - Toegangspunten

background image

Toegangspunten

U ontvangt de instellingen voor een toegangspunt
mogelijk in een bericht van een serviceprovider. Zie
’Gegevens en instellingen’ op pag. 82. Sommige of alle
toegangspunten kunnen door de serviceprovider vooraf
zijn ingesteld voor het apparaat; het is wellicht niet
mogelijk deze instellingen te wijzigen of verwijderen
of om nieuwe instellingen toe te voegen.

geeft

een beschermd toegangspunt aan en

geeft een

toegangspunt voor packet-gegevens aan.

Selecteer

Opties

>

Nieuw toegangspunt

als u een nieuw

toegangspunt wilt maken.

Selecteer

Opties

>

Bewerken

als u de instellingen van een

toegangspunt wilt bewerken. Volg de instructies van de
serviceprovider.

Naam verbinding

- Voer een beschrijvende naam in voor

de verbinding.

Drager gegevens

- Selecteer het type gegevensverbinding.

Afhankelijk van de geselecteerde gegevensverbinding zijn
alleen bepaalde velden beschikbaar. Vul alle velden in die
zijn voorzien van een rood sterretje of de aanduiding

Te definiëren

. De overige velden hoeft u alleen in te

vullen als uw serviceprovider dat aangeeft.

background image

Instellingen

124

Als u een gegevensverbinding wilt gebruiken, moet de
aanbieder van de netwerkdienst deze functie ondersteunen
en zo nodig activeren op de SIM-kaart.

Toegangspunten voor packet-gegevens

Volg de instructies van de serviceprovider.

Naam toegangspunt

- U krijgt de naam van het

toegangspunt van de serviceprovider.

Gebruikersnaam

- De gebruikersnaam kan nodig zijn

bij het maken van een gegevensverbinding en wordt
doorgaans verstrekt door de serviceprovider.

Vraag om wachtw.

- Selecteer

Ja

als u bij aanmelding op

de server telkens een nieuw wachtwoord moet invoeren of
als u het wachtwoord niet in het apparaat wilt opslaan.

Wachtwoord

- Een wachtwoord kan nodig zijn bij het

maken van een gegevensverbinding en wordt doorgaans
verstrekt door de serviceprovider.

Verificatie

- Kies

Normaal

of

Beveiligd

.

Homepage

- Voer het webadres of het adres van de

multimediaberichtencentrale in, afhankelijk van het
toegangspunt dat u instelt.

Selecteer

Opties

>

Geavanc. instell.

als u de volgende

instellingen wilt wijzigen:

Netwerktype

- Selecteer het type internetprotocol dat

u wilt gebruiken:

IPv4

of

IPv6

. De andere instellingen

zijn afhankelijk van het geselecteerde netwerktype.

IP-adres telefoon

(alleen voor IPv4) - Voer het IP-adres

van het apparaat in.

DNS-adres

- Voer in

Primair DNS-adres

het IP-adres van

de primaire DNS-server in. Voer in

Secundair DNS-adres

het IP-adres van de secundaire DNS-server in. Neem voor
deze adressen contact op met uw internetprovider.

Proxyserveradres

- Voer het adres van de proxyserver in.

Proxypoortnummer

- Voer het nummer van de

proxypoort in.